De rapportages bieden de resultaten van verschillende monitoringsonderzoeken naar apparatuurgebruik en fietshelmdracht. De onderzoeken vinden plaats op fietspaden en fietsvoorzienigen binnen en buiten de bebouwde kom.
In deze meting staat apparatuurgebruik centraal. Apparatuurgebruik is gedefinieerd als een los mobiel apparaat – smartphone, Ipod, tablet e.d. - in de hand vast houden. Binnen apparatuur in de hand vasthouden is onderscheid gemaakt in een aantal mogelijke vormen van apparatuurgebruik:
• Geen mobiele apparatuur los in hand.
• Wel mobiele apparatuur los in de hand.
- Telefoon in hand zonder verder gebruik.
- Handheld bellen.
- Telefoon in hand en actief bezig met scherm.
- Telefoon in de hand en er alleen naar kijken.
- Een mobiel apparaat anders dan een smartphone in de hand.
- Actief bezig met een mobiel apparaat anders dan smartphone in de hand.
Het gebruik van een zgn. stuurhouder wordt eveneens in kaart gebracht.
Daarnaast wordt gekeken of een fietshelm wordt gedragen, of die van het juiste type is en of deze op de juiste manier wordt gebruikt. Omdat de helm op de fiets nog niet verplicht is dient deze reeks als indicatief te worden gebruikt.