In deze wegkenmerkendatabase is met een algoritme berekend waar er bochten in het NWB zitten.
Inleiding
In deze wegkenmerkendatabase is met een algoritme berekend waar er bochten in het NWB zitten. Doel is om hierbij bochten te herkennen in het NWB en hier een mate van bochtigheid aan te geven middels waardes voor straal en hoek van de bocht.
Doel
Het doel van deze dataset is om overzichtelijk te maken waar bochten in het wegennet zitten die snelheden kunnen remmen. Bochten kunnen soms juist ook voor gevaarlijke situaties zorgen. Denk aan uit-de-bocht-schieten of slecht zicht. Deze dataset is vooral bedoeld om te combineren met andere datasets, zoals de V85 snelheden (uit de bocht schieten) of oversteekplaatsen van fietsers en voetgangers (slecht zicht).
Informatie
NWB versie
De 2026 dataset is gebaseerd op het NWB van 1 januari 2026.
Type bochten
Momenteel worden bochten berekend met behulp van 2 verschillende set aan parameters.
Type 100: bochten die zichtbaar zijn op korte afstand (scherpe, kleine bochten).
Type 101: bochten die zichtbaar zijn op langere afstand (flauwere, grotere bochten) worden opgenomen. Veelal bochten die slecht met hoge snelheid te nemen zijn.
Methode
Alle wegvakken uit het NWB worden meegenomen, uitgezonderd de wegvakken met de volgende BST-codes: VP, FP, RP. (dit zijn de voetpaden, fietspaden en ruiterpaden). Deze wegvakken worden samengevoegd op plekken waar een knoop is met slechts 2 wegvakken. Hierna worden voor elk vormpunt binnen het wegvak de bochtigheid onderzocht.
Alleen locaties met een hoekafwijking groter dan de ingestelde drempel worden vervolgens meegenomen als mogelijke bocht:
Type 100: 30 graden
Type 101: 25 graden
Alle vormpunten binnen de bochten uit de vorige stap worden langs gelopen en de hoek tussen de voorgaande en volgende vertex wordt bepaald (“hoek vertex”).
Voor ieder bochtsegment wordt de hoek van het vormpunt bepaald. Door te kijken naar de draairichting van de bocht. Bij een hoek van minder dan de ingestelde graden:
type 100: 5 graden
type 101: 4 graden
wordt de vertex gezien als het punt waarop de bocht eindigt.
Bochten met gezamenlijk dezelfde draairichting (binnenbocht of buitenbocht) worden gegroepeerd tot "bochtsegmenten".
Constructie van de boog en boogstraal:
Vanuit de begin- en eindpunten worden "loodlijnen" op de weg geconstrueerd.
Op het snijpunt van deze loodlijnen wordt de hoekverdraaiing bepaald.
De straal van de bocht wordt berekend als de booglengte gedeeld door de hoekverdraaiing.
Attributen
De dataset bevat de volgende attributen:
WVK_ID
Het unieke nummer van een wegvak.
BEGINDAT
De eerste datum waarop het wegkenmerk geldig is. Dit is de datum waarop het wegkenmerk voor het eerst voorkomt of voor het laatst gemuteerd is.
VAN
De beginafstand van het kenmerk in meters
TOT
De eindafstand van het kenmerk in meters
TYPE
twee types bochten, uitleg in de handleiding
BOCHT_ID
ten behoeve van weer samenvoegen van bochten, die over meerdere wegvakken lopen