De basis voor de breedtelabels zijn de breedte van de fietspaden. Hier is een aparte dataset van beschikbaar in de wegkenmerken database 'Wegbreedte'. DAT mobility heeft voor heel Nederland de fietsintensiteiten geschat op alle wegen. Hiervoor gebruiken zij data van het Nederlands Verplaatsingspanel en openbare gegevens zoals die van het CBS (buurten, woningen, arbeidsplaatsen, etc).
Op basis van de gegevens van het verplaatsingspanel en de woningen/arbeidsplaatsen/etc berekenen zij het aantal verplaatsingen tussen buurten. Deze verplaatsingen worden vervolgens verdeeld over de adressen die zich in de buurten bevinden, waarna er routes worden gezocht over een netwerk. Vervolgens worden verplaatsingen verdeeld over modaliteiten. De verplaatsingen gaan alleen over utilitair fietsverkeer op werkdagen, recreatief verkeer zit op dit moment niet in de schatting.
De invloed van het gebruikte netwerk kan groot zijn. Door een missende doorsteek kan bijvoorbeeld een deel van het netwerk niet worden bereikt en worden verplaatsingen verkeerd gerouteerd of kan zelfs een verkeerde modaliteit worden gekozen. Om in deze fase tot een zo goed mogelijk resultaat te komen is het netwerk van de fietsersbond ingekocht. Het model maakt aparte inschattingen voor de ochtend- en de avondspits, omdat het maatgevende uur vooraf niet bekend is.
In de volgende stap worden de resultaten geprojecteerd op de fietspaden in het Nationaal Wegenbestand om uiteindelijk te komen tot een dataset zie vrijelijk gebruikt en gedeeld kan worden. Er kan niet altijd een 1-op-1 relatie gevonden worden tussen beide netwerken, waardoor er niet altijd een intensiteit kan worden geschat. Als laatste worden de intensiteiten ingedeeld in de klasses die gehanteerd worden door het fietsberaad voor de classificatie van de fietspadbreedtes en worden de breedtelabels berekend volgens de methode in de breedtetool.